Wat is het St. Pietersgasthuis?
Het St. Pietersgasthuis was een van de belangrijkste zorginstellingen van laatmiddeleeuws Amsterdam. Het gasthuis ontstond uit de St. Pieterskapel in Gansoord, die in 1382 was gesticht door het St. Pietersgilde van viskopers en vleeshouwers. Vóór 1395 was de kapel uitgebreid met een gasthuis. In 1492 gingen het St. Elisabeth- of Oude Gasthuis en het St. Pietersgasthuis samen verder onder de naam St. Pietersgasthuis. Na de Alteratie van 1578 en de fusie van 1582 raakten de archieven van verschillende instellingen met elkaar verweven.
Het gasthuis was niet alleen een plek voor proveniers, mensen die zich tegen inkochten in een gasthuis voor levenslange verzorging. Het was ook een plek voor arme zieken en vreemdelingen die nergens anders terechtkonden. Daarnaast had het gasthuis een kapel en speelde het in tijden van epidemie ook een rol als pesthuis. Juist daardoor leveren de bronnen van het St. Pietersgasthuis veel meer op dan alleen informatie over één instelling: ze laten zien hoe zorg, religie, liefdadigheid, eigendom en stedelijke organisatie in middeleeuws Amsterdam met elkaar samenhingen. De gasthuisarchieven vertellen veel over de bewoners, de topografische ontwikkeling van Amsterdam en de medische en maatschappelijke zorg.
Om welke bronnen gaat het?
inv.nrs. 51–414, voor de periode 1382–1579
...
Alle bronnen zijn getranscribeerd via Transkribus en daar op trefwoord te doorzoeken.
Wat voor informatie kun je vinden?
Binnen deze collectie zijn bijvoorbeeld de memorialen van het St. Pietersgasthuis van belang, maar ook andere registers geven veel informatie over het functioneren van middeleeuwse zorginstellingen. Zo biedt inv.nr. 83, een kasboek uit 1550–1559, een inkijk in het dagelijkse beheer van het gasthuis. Uit de aantekeningen over inkopen, uitgaven en ontvangsten valt af te leiden welke zorg het gasthuis bood, welke goederen daarvoor nodig waren en hoe men omging met ziekte, sterfte en het onderhoud van de instelling. Zelfs ogenschijnlijk gewone posten zijn historisch betekenisvol: een grotere inkoop van zeep kan wijzen op epidemieën, terwijl extra aankopen van hout kunnen samenhangen met een grotere behoefte aan grafkisten. Ook andere stukken vullen dit beeld aan. Inv.nr. 86 is een rekenboek van inkomsten en uitgaven van het pesthuis uit 1558–1559 en laat zien hoe men de zorg tijdens besmettelijke ziekte organiseerde. Voor onderzoek naar bezit en ruimtelijke inrichting is inv.nr. 90, het eerste kaartboek uit 1559, van groot belang. Daarnaast werpen afzonderlijke oorkonden licht op specifieke aspecten van het gasthuis: inventarisnummer 95 betreft bijvoorbeeld een oorkonde uit 1492 over de zielzorg van de zieken het begraven van in het gasthuis gestorven zieken. De vele schenkingsoorkonden laten zien wie aan het gasthuis schonk, wat er werd geschonken — bijvoorbeeld geld, huizen, land, renten of gebruiksrechten — en onder welke voorwaarden dat gebeurde. Daardoor geven zij niet alleen inzicht in het bezit en de inkomsten van het gasthuis, maar ook in netwerken van gevers, vormen van liefdadigheid, zorg voor het zielenheil en de band tussen inwoners en instelling.
Waarop kun je zoeken?
De bronnen van het St. Pietersgasthuis zijn bruikbaar voor onderzoek naar ouderenzorg, ziekenzorg, armenzorg, provenierschap, religieuze praktijk, stedelijke topografie, bezit en dagelijks leven. Je kunt zoeken op persoonsnamen, functies en rollen zoals gasthuismeester, provenier, moeder, priester, koster, timmerman of dienstmaagd, maar ook op thema’s als keuken, brouwerij, kapel, pesthuis, medicijnen, giften, nalatenschappen, huizenbezit, pacht, rente en begraven. Voor topografisch onderzoek zijn plaatsaanduidingen binnen en rond het gasthuis van belang, zoals Gansoord, de Nes, Gasthuissteeg en St. Pieterssteeg.
Voorbeeld
De memorialen en andere registers maken zichtbaar hoe zorg in het St. Pietersgasthuis in de praktijk werkte. Zo sluiten Aernt Janszoon de kuiper en zijn vrouw Liesbeth Jansdochter in 1508 een overeenkomst met de gasthuismeesters: zij krijgen levenslang voedsel, bier en turf, terwijl Aernt in ruil een huis, geld en arbeid inbrengt en bovendien taken in de kapel vervult. In één bron komen zo zorg, bezit, arbeid, religie en ouderdom samen. Andere stukken uit zelfde collectie laten weer andere kanten van het gasthuis zien, zoals epidemieën, pestzorg, schenkingen en de administratie van inkomsten en uitgaven. Juist die combinatie maakt de bronnen van het St. Pietersgasthuis zo rijk.