Onderzoek naar de geschiedenis van een Amsterdams pand kan overweldigend lijken. Er zijn tientallen bronnen beschikbaar, verspreid over verschillende archieven en mogelijk eeuwen in tijd. Om het onderzoek behapbaar te maken kun je in een logische volgorde te werk gaan.
Werk terug in de tijd
Het is verleidelijk om meteen naar de vroegste bronnen te grijpen, maar dat maakt het onderzoek veel moeilijker. Recentere bronnen zijn toegankelijker, beter geïndexeerd en geven je de gegevens, zoals namen en nummers, die je nodig hebt om in oudere bronnen verder te zoeken. Het onderzoek werkt als een keten. In een kohier vind je een eigenaarswisseling, die leidt naar een transportakte. In een transportakte staat hoe de vorige eigenaar het pand had verworven, wat je weer terugverwijst naar een eerdere akte. Begin dus bij het heden en werk stap voor stap terug in de tijd.
Begin met wat al bekend is
Het is verleidelijk om meteen naar de vroegste bronnen te grijpen, maar dat maakt het onderzoek veel moeilijker. Recentere bronnen zijn toegankelijker, beter geïndexeerd en geven je de gegevens, zoals namen en nummers, die je nodig hebt om in oudere bronnen verder te zoeken. Het onderzoek werkt als een keten. In een kohier vind je een eigenaarswisseling, die leidt naar een transportakte. In een transportakte staat hoe de vorige eigenaar het pand had verworven, wat je weer terugverwijst naar een eerdere akte. Begin dus bij het heden en werk stap voor stap terug in de tijd.
Kijk eerst, lees daarna
Afbeeldingen, zoals foto's, prenten, tekeningen, bouwtekeningen en kaarten, geven snel een visueel beeld van hoe het pand er door de tijd heen heeft uitgezien. Ze zijn ook een goede manier om te wennen aan het pand voordat je in de bronnen duikt. Voor de (ver)bouwgegevens vanaf 1905 kijk je op data.amsterdam.nl Daar vind je ook een bouwjaar van het pand. Dat klopt niet altijd, zeker als het een oud pand betreft. Maar het is een goede indicatie welke bronnen je wel en niet voor je onderzoek kunt gebruiken.
Eigendom en bewoning zijn twee aparte vragen
De eigenaar van een pand was niet altijd de bewoner, en omgekeerd. Deze handleiding behandelt beide sporen, maar houdt ze bewust gescheiden. Voor eigendom zijn de belangrijkste bronnen de verpondingskohieren en de transportakten; voor bewoning is dat het bevolkingsregister. Beide sporen volgen dezelfde logica: van recent naar oud, van toegankelijk naar specialistisch.
Onderzoek voorbereiden
Stap 1 Begin met gepubliceerde boeken en artikelen over de buurt, de straat of het specifieke pand. Zo voorkom je dat je wiel opnieuw uitvindt en krijg je meteen context voor het verdere onderzoek.
Publicaties over bouwgeschiedenis, panden en straten in Amsterdam
D’Ailly’s historische gids van Amsterdam door door G. Vermeer en B. Rebel
Stadsvernieuwingsgids van Amsterdam door H. de Haan en I. Haagsma
Amsterdamse bouwkunst 1815-1940 door H.J.F. de Roy van Zuydewijn
Amsterdam : vier eeuwen bouwkunst door J.G. Wattjes en Ph. A. Warners
De Amsterdamse School door Maristella Cascatio
Het grachtenboek, samengesteld door P. Spies e.a. (2 dln)
Grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon
H. Tulleners, Amsterdamse grachtengids
J.G. Kam, Waar was dat huis in de Warmoesstraat
J. van Eck, De Amsterdamsche Schans en de Buitensingel
De Jordaan, 28.000 meter gevelwand
Voorstel commissie Dooijes, monumenten in de Plantage
F.F. Fraenkel, Het Plan Amsterdam-Zuid van Berlage
Artikelen in Ons Amsterdam en Amstelodamum
Stap 2 Het juiste nummer in de juiste tijd
Amsterdam heeft meerdere nummerstelsels gekend. Vanaf 1796 zijn er voor het eerst echte huisnummers in gebruik, terwijl de laatste centrale omnummering in 1875 is geweest. In de tussenliggende periode zijn er meerdere hernummeringen geweest. Ook vanwege het annexeren van gemeenten, en nieuwbouw, is er hernummer. Een huisnummer van nu kan dan ook compleet anders zijn geweest, tot de straatnaam aan toe.
Zoek de straatnaam en de historische huisnummering op Adamlink. Noteer ook tussen welke (zij)straten het betreffende pand of perceel ligt. In oudere bronnen, zonder huisnummering, wordt de locatie namelijk beschreven aan de hand van de omliggende straten.
Voor geannexeerde gemeenten kan het zinnig zijn om de archieven te doorzoeken op de termen omnummering en vernummering.
Bekende problemen met huisnummering:
De straat kan hernoemd zijn, bijvoorbeeld tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Ook door het annexeren van gemeenten kunnen straatnamen aangepast zijn, bijvoorbeeld wanneer de straatnaam in Amsterdam al bestond.
Hoekhuizen kunnen bij verschillende straten horen, afhankelijk van de locatie van de ingang van het huis. Dit kan ook veranderen in de tijd
Huisnummering van straten die onderbroken worden door gangen, kunnen wel of niet doornummeren in de gang.
Een gang kan nummers hebben, zonder eigen straatnaam
Door het samenvoegen of juist splitsen van huizen kunnen huisnummers opschuiven, ook meerdere plekken, of in het geheel verdwijnen
Er kunnen fouten gemaakt zijn met het noteren van de huisnummering, of het samenstellen van de nummeringsregisters
Stap 3 Beeldmateriaal
Er zijn verschillende soorten afbeeldingen die je kunt gebruiken in je onderzoek naar een pand. Van nieuw naar oud:
Zoek op straatnaam, en op straatnaam in combinatie met het huisnummer, voor foto’s die het aanzicht van het huis tonen. Je vindt zo ook de beschikbare bouwtekeningen.
Luchtfoto’s geven bovenaanzichten van de stad. Deze zijn beschikbaar vanaf ca. 1937.
Burgerwijkkaarten (18e eeuw) zijn kaarten per burgerwijk met alle percelen, ingedeeld naar gebruik (woonhuizen, pakhuizen, stallen en loodsen). Niet betrouwbaar voor afmetingen. Niet alle kaarten zijn bewaard gebleven, en van sommige burgerwijkkaarten bestaan meerdere varianten.
Uitgiftekaarten waarop de nieuw uitgegeven erven van stadsuitbreidingen gedetailleerd zijn ingetekend. Soms is de naam van de koper toegevoegd aan het perceel op de kaart. Dit artikel gaat uitgebreid in op de uitgiftekaarten.
Overzichtskaarten van de stad:
Gedetailleerde kaart in 12 delen, uit 1544, door Cornelis Anthonisz
Gedetailleerde kaart in 4 delen, uit 1617, door Pieter Bast
Meerdere kaarten door Balthasar Florisz. van Berckenrode, begin 17e eeuw
Kaarten door Gerrit de Broen jr., 17e eeuw
Kies vervolgens de juiste onderzoeksvraag om te bepalen welke spoor je volgt. Hieronder een paar onderzoeksvragen als voorbeeld:
Wie was in 1750 de eigenaar van het pand aan de Herengracht? Kies voor spoor 1
Wanneer werd het perceel voor het eerst bebouwd, en door wie? Kies voor spoor 1
Is het pand via een veiling van eigenaar gewisseld Kies voor spoor 1
Wie woonde er in 1893 op dit adres? Kies voor spoor 2
Uit hoeveel personen bestond het gezin dat hier in de jaren ’30 woonde? Kies voor spoor 2
Spoor 1: wie was de eigenaar van het pand?
Voor eigendomsonderzoek werk je van het heden terug naar het verleden. Ook is er een onderscheid te maken tussen de periode voor en na 1811. Voor de periode tot 1811 werk je voornamelijk met twee bronnen: de verpondingskohieren geven informatie over het eigendom per jaar en de transportakten bevatten de details van elke afzonderlijke overdracht. Een transport is de officiële registratie van de wisseling van eigenaar. Een transport kon geregistreerd worden door de schepenen, het Hof van Holland of de Weesmeesters.
Welke bronnen gebruik je om de eigenaar van het pand te achterhalen?
Verpondingskohieren (1647-1805)
Het centrale startpunt voor eigendomsonderzoek vóór 1811. Per perceel staan de naam van de eigenaar en het betaalde belastingbedrag. Bij een eigenaarswisseling wordt de oude naam doorgestreept en de nieuwe ernaast geschreven. Begin bij het laatste bewaarde, meest recente, kohier en werk terug. Maak gebruik van de indeling in burgerwijken en het verpondingsnummer. Meer informatie over onderzoek in de verpondingkohieren vind je hier.
Er zijn twee series verpondingskohieren, van 1734-1805 en van 1647-1733. De inrichting van beide series is anders. Als brug tussen beide series kun je het kohier van redres gebruiken. Het origineel hiervan ligt bij het Nationaal Archief in Den Haag; je kunt ze hier in kopie raadplegen. Per wijk lees je, in de volgorde van het redresnummer, het oude en het nieuwe verpondingsbedrag, de straatnaam, de naam van de eigenaar en soms bouwkundige bijzonderheden. Het redresnummer kun je vinden in de eerste verpondingskohieren van 1734.
Transportakten
Zodra je in een kohier een eigenaarswisseling hebt gevonden, zoek je de bijbehorende transportakte op. Er zijn verschillende soorten transportakten, waarvan een deel op naam en/of straat doorzoekbaar is gemaakt.
Ordinaris kwijtscheldingen (1563–1811) De meest gebruikte akte van eigendomsoverdracht. Geeft de namen van koper en verkoper, een beschrijving van het pand, de koopsom en hoe de verkoper het pand heeft verworven. Pas volledig bewaard vanaf 1700
Willige verkopingen (1608-1811) Beschrijft de veilingcondities bij een vrijwillige verkoping via veiling die aan een kwijtschelding vooraf kon gaan. Bevat soms uitgebreidere pandbeschrijvingen. De serie is volledig chronologisch, zonder index.
Kwijtscheldingen na executie (1605-1811) Voor gevallen waarbij een eigenaar zijn schulden niet kon betalen en het pand gedwongen werd verkocht. Aanvullende gegevens kunnen gevonden worden in de minuutregisters (1653–1811), voor de goedgekeurde concepten met soms meer informatie dan de definitieve tekst, en registers van afschrijving (1650–1811) voor de administratie rondom uitbetaling aan de schuldeisers, door de schepenen.
Willig decreet Verkoop via opdracht van de verkoper, door het Hof van Holland. Twee series: afschrijvingsregisters (1642–1810) geven enkel informatie over het in consignatie gegeven geld, en registers van sententiën (1636–1805) geven informatie over de verkoop zelf. Sententiën van 1526 tot 1636 vind je in het archief van het Hof van Holland dat door het Nationaal Archief in Den Haag wordt beheerd.
Huisverkopingen voor weesmeesters Verkopen waarbij de Weeskamer betrokken was, zonder tussenkomst van de schepenen. Index vanaf 1564.
Aanvullende bronnen voor eigendom tot 1811
De oudste gegevens over eigendom vind je in de Stadskwijtscheldingen (1585-1771). De Stad verkocht via veiling nog onbebouwde erven.
Schepenkennissen (1594–1811) zijn schuldbekentenissen voor schepenen waarbij onroerend goed als onderpand diende. Hiermee kan een eigendomsoverdracht worden vastgesteld als de kwijtschelding ontbreekt. Na ca. 1625 was het niet meer verplicht om een schepenkennis op te laten maken. Elk deel heeft een index op namen.
Rentebrieven (1560–1810) zijn akten van geldlening op langere termijn met onroerend goed als onderpand. De datum van de akte ligt bijna altijd gelijk aan die van het transport. Als de kwijtschelding ontbreekt, is dit een goede indicatie voor de datering van de eigendomsoverdracht.
Weesmeesterkennissen (1681-1810) zijn schuldbekentenissen opgemaakt voor weesmeesters. Geen index beschikbaar.
Vind je in de verpondingkohieren een verandering in het jaarlijks te betalen bedrag? Dat kan komen door een verbouwing. Je vindt in deze registers misschien meer informatie:
Taxatieregisters nieuwe en verbouwde gebouwen (1639–1803)
Register taxatiën nieuwe gebouwen (1687-1725)
Precarioregisters (1758-1857). Precario is een stedelijke heffing op delen van een perceel op of boven openbare grond, zoals stoepen en uithangborden. Zie ook deze stukken.
Vanaf 1811 is de registratie van panden en percelen onderdeel van de landelijke wetgeving.
Openbare registers (1811-1983)
Dit zijn registers van in- en overschrijving van onroerend goed, bijgehouden door de hypotheekbewaarder. Vanaf 1811 staan de hypotheekakten hierin ingeschreven, vanaf 1824 staan alle notariële akten van verkoop van onroerend goed gegeven. Dit archief is alleen in te zien bij het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Lees hier hun inventaris en uitleg door.
Kadaster (1832 – nu)
Een pand of perceel heeft altijd een kadastraal nummer, bestaande uit een letter en een nummer. De letter geeft de sectie aan, een deel van de grond van een gemeente. Je kunt het huidige kadastrale nummer opzoeken op een kadastrale kaart. De historische kadastrale percelen van 1832 vind je op HISGIS. Je kunt het kadastrale nummer van een perceel ook tegenkomen in een notariële akte van overdracht.
Met het kadastrale nummer kun je in het archief van het Kadaster opzoeken wie de vorige en volgende eigenaar van het perceel was. Hoe je onderzoek doet in het archief van het Kadaster lees je in de [uitleg op het Kadaster].
Vergunningsaanvragen Publieke Werken (1850-1945)
Aanvragen voor bouw- en verbouwvergunningen met naam van de aanvrager (particulier, architect of bouwmaatschappij). Via Transkribus kan men zoeken op de naam en/of het adres om het juiste dossiernummer te vinden. In de Correspondentie is vervolgens per periode het dossiernummer te bekijken.
Notariële archieven (1578-1935)
In de verkoopakte die bij een notaris wordt opgesteld worden adressen genoemd, soms met een (uitgebreide) beschrijving van het perceel of pand. Deze akten zijn niet doorzoekbaar gemaakt, dus je moet al een goed idee hebben van welke notaris de verkoopakte opgesteld kan hebben. De notarissen van 1578 t/m 1915 vind je hier, die van 1916 t/m 1925 hier en de meest recente gegevens, van 1926 t/m 1935, kun je hier vinden.
De meeste notarissen hebben een repertoire opgesteld. Een repertoire is een kort overzicht van alle aktesoorten die een notaris in een periode heeft opgemaakt en voor wie. Voor meer informatie over het zoeken in onze notariële akten kun je [hier] kijken.
Verkoop (17e eeuw – 2009)
De verkoop van een pand kon worden aangekondigd, net zoals nu via Funda gebeurt. Er kan een advertentie geplaats worden in een krant, voor een algemene inschrijving of publieke verkoop of veiling van een pand. Soms vind je in zo’n advertentie al veel details over het pand, en bijvoorbeeld via welke notaris de verkoop wordt georganiseerd.
Je kunt zoeken naar een openbare verkoop via:
Delpher de nationale krantendatabase van Nederland. Zoek op het adres (let daarbij op de juiste huisnummering in de juiste periode) of het kadastrale nummer. Voor publieke verkoop of veiling zoek je het adres eventueel in combinatie met de term veiling of de naam van het veilinghuis, zoals De Brakke Grond. Je zoekt naar advertenties waar de verkoop van een pand of perceel wordt aangekondigd. Je vindt dan bijvoorbeeld zo’n advertentie.
Veiling- en verkooplijsten
Van veilinghuis De Brakke Grond zijn de veilinglijsten bewaard gebleven voor de periode 1864 t/m 1881(met hiaten). Hierin wordt van elk te veilen stuk de datum, verkoper, koper en de notaris genoemd.
Gedrukte aankondigingen van te veilen percelen en panden in het Oudezijds Herenlogement, voor de periode 1810 – 1843 (1839 en 1840 ontbreken). Genoemd wordt het pand of perceel, de locatie, de datum van verkoop en de naam van de notaris. Met de naam van de notaris kan in het repertoire van de notaris de akte van verkoop gevonden worden. De aankondigingen zijn digitaal in te zien, maar niet op locatie doorzoekbaar.
Wekelijkse verkooplijst der veilingen van vaste goederen in Frascati, 1906 t/m 2020
In het Jaarboekje van de makelaarsvereniging wordt een lijst gepubliceerd van geveilde percelen. Hierin zijn verkopen te vinden vanaf 1881 tot 2009.
Veilingboekjes Publiek Werken, 1903 t/m 1945 geven informatie over het pand en de notaris waar de verkoop ingeschreven werd
Als je ook wilt weten wie de bewoners van het pand waren, dan kun je de bronnen bij Spoor 2 hieronder doornemen.
Spoor 2: wie bewoonde het pand?
Volgt.