Wil je je Joodse voorouders terugvinden in onze bronnen? Dan loopt je onderzoek tot 1811 gelijk aan dat voor iedere andere Amsterdammer. Je maakt daarvoor gebruik van onze handleiding Personenonderzoek - de basis.
Om onderzoek in de periode voor 1811 te kunnen doen moet je rekening houden met de twee historische takken binnen het Jodendom: de Asjkenaziem (de Hoogduits-Joodse tak) en de Sefardiem (de Portugees-Joodse tak). Hieronder vind je per groep de bronnen die je kunt gebruiken voor je onderzoek.
Asjkenaziem (voor 1811)
Aanvullend op het onderzoek in onze bronnen tot 1811 kun je gebruik maken van de samengestelde gegevens via de website DutchJewry. Deze geven informatie tot ca. 1840.
Voor Amsterdam zijn de familienamen doorzoekbaar gemaakt. De achternaam is te vinden door de juiste letter in het alfabet aan te klikken. Een eigenaardigheid is dat namen met tussenvoegsel, zoals van en den e.d., op die letter gezocht moeten worden. De Vries vind je dus onder de D, en niet onder de V.
Maak gebruik van de achternaam zoals die in 1811, met de invoering van de Burgerlijke Stand, is aangenomen. De naamsaannemingsregisters vind je in het archief van de Burgerlijke Stand. Er is ook een alfabetische index beschikbaar.
In de registraties op Dutchjewry vind je informatie die verwijst naar onze bronnen. Bijvoorbeeld:
Tnaim acharonim in act 5546/6 De tnaim acharonim zijn de laatste voorwaarden voor het huwelijk. Deze worden getekend op dezelfde dag als de afsluiting van het Joodse huwelijkscontract, de ketuba. Je vindt de tnaim acharonim tot 1814 hier, en vanaf 1814 hier. De joodse jaartelling is gebruikt. Het nummer achter het jaar, 6 in het voorbeeld, is het volgnummer van de akten. Let op: de akten zijn in het Hebreeuws geschreven. De registratie is niet compleet; voor 1814 ontbreken veel ketubot.
Poorlist 1809 Amsterdam: on the list under nr. 11.24: Sal.Jacob = Shlomo ben Jacob Muskewitter, 50 ys.old, married, diamond De verwijzing naar de Poorlist is een verwijzing naar een lijst van gealimenteerde Hoogduitse joodse armen. In de lijst vind je transcripties van de Joodse namen en hun burgerlijke namen
Married 1785 Amsterdam, dtb 755/253; witn.groom: f.Jacob Salomon; witn.bride: f.Joseph Cohen. Dit is een verwijzing naar de ondertrouwakten. De ondertrouwakte is te vinden door te bladeren in het betreffende bestanddeel, of door te zoeken op de datum en/of naam van de bruidegom.
Ben je specifiek op zoek naar registraties van geboorten? Deze vind je vanaf 1811 in de Burgerlijke Stand. De geboorte- en besnijdenisregisters van voor die tijd, en met enige overlap nadien, vind je hier (ca. 1711-1859, niet compleet). Ook deze registers zijn in het Hebreeuws geschreven. Er is een uitleg beschikbaar over deze bron.
Er is een papieren index gemaakt op de weinige overgebleven ketubot van voor 1814. Deze is beschikbaar in het Informatiecentrum, onder de titel Huwelijken Hoogduitse Joden. De gegevens in deze rode band verwijzen naar de registers in dit archief. In de index vind je een verwijzing naar de datum en het aktenummer. Houd er rekening mee dat de Joodse jaartelling wordt gebruikt, terwijl de beschrijving de reguliere jaartelling aanhoudt.
Begraven voor Muiderberg en Zeeburg (tot 1811) vind je ook in het archief van de Burgerlijke Stand tot 1811. Ook zijn er verloven tot begraven voor de periode 1834-1935. Er is een index beschikbaar op de aanvragen voor het plaatsen van een grafzerk op de begraafplaatsen Zeeburg, Muiderberg, Overveen en Diemen voor de periode 1835-1934. Meer informatie en de index vind je in dit artikel. De index is een bewerking van deze boeken.
Relevante archieven
Naast bovenstaande bronnen, en de archieven waar zij bij horen, zijn er nog een aantal archieven interessant om door te nemen waar het de Hoogduitse gemeente aangaat. Hieronder een aantal suggesties:
Joodse namen
Het naamgebruik onder Joden wijkt af van dat bij christenen. Lees hieronder waar je op kunt letten en waar je rekening mee moet houden.
Asjkenaziem
Bij christenen is de vertaling van een naam meestal vast: een katholieke Dirk staat in het doopboek als Theodorus. Bij Asjkenazische Joden vóór 1811 ligt dat ingewikkelder. Een man heeft vaak drie voornamen:
een Hebreeuwse naam, de officiële naam in de synagoge en in de ketuba (bijvoorbeeld Jitschak);
een Jiddische naam, vaak in besnijdenis- en begraafregisters (bijvoorbeeld Eisik of Sekele);
een burgerlijke naam, de bijbelse naam op het stadhuis en in de ondertrouw (bijvoorbeeld Isaac).
Vrouwen hadden meestal geen Hebreeuwse naam, omdat zij in de synagoge niet werden opgeroepen. Hun burgerlijke naam wisselt sterker en volgt de mode: thuis Hindele, op het stadhuis Hendrikje en later Henriëtte. Dezelfde vrouw kan als Hanna geboren worden en als Hendrikje trouwen.
De koppeling tussen Joodse en burgerlijke naam is niet één op één. Jitschak wordt meestal Isaac, maar soms Alexander, Isidoor of Liepman. Juda Leib wordt vaak Levi of Leon, Eliëzer of Liepman wordt Levi, Lion of Leendert, en Hartog en Levi worden later Henry en Louis. De Joden zelf waren wel strikt: een Sjlomo is een ander dan een Salomon. Zonder de Joodse naam kun je een identificatie vóór 1811 daarom bijna nooit bewijzen.
Joden vernoemden niet naar levende voorouders. Heet een zoon net als zijn vader, dan is de vader vrijwel altijd vóór de geboorte overleden.
Joodse voornamen in Amsterdam geeft per Hebreeuwse naam alle varianten die voorkomen. Het boek is zonder afspraak in te zien in ons Informatiecentrum.
Sefardiem
Bij Portugese Joden speelt het probleem van de Jiddische voornamen niet. Hun voornamen worden geschreven zoals wij ze kennen (Salomon, Isaac, Abraham, Jacob), en de meeste families brachten een vaste achternaam mee uit Spanje, Portugal of Italië. Het lastige is dat er weinig variatie in voornamen is: in elke generatie van een familie Pereira zit wel een Abraham en een Jacob.
Let op weduwen die getuige zijn bij de ondertrouw van een kind: zij gebruiken vaak de achternaam van hun man, niet hun eigen naam.
Wie in Spanje of Portugal als christen had geleefd, nam in Amsterdam bij de besnijdenis een Joodse voornaam aan, vaak Abraham, en soms een andere, wel Portugese achternaam. In de handel gebruikten zij daarnaast soms een of meer Portugese aliassen, om familie op het Iberisch schiereiland te beschermen. Dat is van belang bij onderzoek in notariële akten.
Sefardiem (voor 1811)
Voor onderzoek naar de Portugees Joodse gemeenschap maak je eveneens gebruik van DutchJewry. Bijvoorbeeld voor een overzicht van de Portugese huwelijken over de periode 1664-1929, gebaseerd op dit stuk uit onze collectie.
In het Informatiecentrum is een overzicht te raadplegen met de achternamen van de bruid en bruidegom, met daarbij de datum volgens de Joodse jaartelling. Deze lijst is niet digitaal beschikbaar.
Relevante archieven
Deze archieven zijn interessant om door te nemen bij onderzoek naar de Portugees Joodse gemeenschap:
Archief van de Portugees-Israëlietische Gemeente Hier vind je bijvoorbeeld gegevens over geboorten, huwelijken, overlijdens en besnijdenissen, onder het kopje 'Lidmaten'
Archief 334.A Archief van de Portugees-Israëlietische Gemeente: aanvulling (ongeïnventariseerd)
Archief van de Familie Lopes Suasso en de Familie Teixeira d' Andrade
Archief 15005 Collectie Meijer
Regesten van notariële akten betreffende Portugese Joden, geordend op trefwoord. (1591 - 1639)
Chronologisch geordende regesten betreffende Portugese Joden (1590-1639)